 |
Ontstaan van het duinmassief Het duinmassief dat begint in Halsteren (Nederland) en uitloopt tot in de Kalmthoutse Heide in Vlaanderen strekt zich in totaal uit over ongeveer 25 kilometer. Het kreeg in Nederland de naam 'Brabantse Wal', maar velen vergeten dat ook een deel van Vlaanderen nog tot dit “geologisch wonder” behoort.
Het ligt op de grens van het laaggelegen zeekleigebied van Zeeland en de hogere zandgronden van de Kempen.
De sturende krachten achter het ontstaan van de Brabantse Wal zijn tweeledig. Allereerst speelden kantelende bodembewegingen in de Belgisch-Nederlandse ondergrond een belangrijke rol. Het Massief van Brabant werd opgeheven en delen van Noord-Brabant en Midden-Nederland daalden. Dit leidde ertoe, dat ten zuiden van Bergen op Zoom afzettingen uit het begin van de IJstijd betrekkelijk dicht aan de oppervlakte te vinden zijn. Deze afzettingen van klei en zand vormen het fundament van de Brabantse Wal. Ter hoogte van Ossendrecht is het ongeveer 30 à 40 meter dik. De zo ontstane kleibanken worden ook wel aangeduid als Kempische klei. Het was de aanwezigheid van deze klei die ervoor zorgde, dat de noordelijke loop van de Schelde geen vat kreeg op de Brabantse Wal. Zo ontstonden hoge steilranden die heden ten dage nog terug te vinden zijn. Tijdens de laatste IJstijd is de Brabantse Wal nog bedekt geraakt met een pakket dekzand, waardoor het zijn huidige vorm kreeg.
|  |